501 001

In elk dorp in de Kempen of Vlaanderen zit ergens wel iemand die graag zijn verhaal opschrijft voor het nageslacht.

Ook Ravels heeft zo iemand in de persoon van Karel Brosens, beter gekend als “Sjarel of Chad Broos”.

476 001

karel brosens 1e toneelsjarel brosens legersjarel2017

Toneelspeler

Op bijgaande foto’s zien we Sjarel uiterst rechts in zijn allereerste rol als toneelspeler, want dat is zijn hele leven lang één van zijn grootste liefhebberijen geweest, want het woord hobby bestond nog niet toen hij voor de eerste keer in een rol kroop als acteur bij de BJB. De middelste foto is gedurende zijn legertijd en de linkse foto dateert van december 2017 tijdens de voorstelling van "de Doodendraad"

Sjarel heeft altijd graag geschreven en toneel gespeeld, en daar houdt hij nog steeds zijn geest helder mee op zijn reeds gevorderde leeftijd van bijna 88 jaar.

Als eerste stukje pende hij voor ons enkele gedachten op papier over de oude gebruiken in de katholieke kerk, tot de late jaren zestig nog stevig verankerd in de Kempen, maar tegenwoordig lijken deze gebruiken meer op Middeleeuwse gebruiken dan we toen voor mogelijk hielden……

Oude gebruiken in de katholieke kerk….. 

I. Sint Michiel.

adventskrans

Vroeger stond de priester aan het hoofdaltaar vooraan in de kerk om de Eucharistie te vieren met de rug naar het volk en alles nog in het Latijn.

Naast het hoofdaltaar waren altijd op het koor doeken gespannen, de kleur naargelang de dag, de tijd of gebeurtenis.

  • Wit was voor de hoogdagen: Kerstmis, Pasen, Sinksen (Pinksteren), O.H. Hemelvaart, Onze Lieve Vrouw Hemelvaart en Allerheiligen
  • Rood was met het octaaf van de Heilige Nicolaüs Poppelius, de kleur van de martelaren.
  • Paars met de Advent en de Vasten.
  • Zwart met de begrafenissen.

Aan het einde van het koor stonden de twee communiebanken met een wit laken om Uw handen onder te steken, om zo de communie op de tong te ontvangen, en zeker niet op de hostie knauwen…..

Vooraan in de kerk stonden de bankjes van de kinderen, links de jongens en rechts de meisjes.

Op de eerste stoel zat de onderwijzer, meester Steenackers of Gouwy om de kinderen in ´t oog te houden. Was er eentje niet braaf, die kon op zijn knieën gaan zitten aan het zijaltaar, pijnlijk voor de knietjes….

Op die bankjes moesten ze op hun knieën gaan zitten met hun benen juist voor de volgende bank, zodat die zo dikwijls tegen de enkels van de vorige stampten en die hadden dan dikwijls enkels met -‘t zèref eraf – zoals ze zegden in die tijd van in de week met klompen naar ´t school te gaan.

Bij de meisjes zaten er een heel rij nonnen om de meisjes in ´t oog te houden. Hier en daar stonden er een paar stoelen met kussens, dat waren de stoelen van het intellectuele volk, de andere waren stoelen van de mensen, die een plaats huurde, en die jaarlijks moesten gaan betalen bij de penningmeester van de kerkfabriek, er stonden ook een deel stoelen van de kerk en daar moest je elke keer voor betalen als je daar op ging zitten. Eerst 2 centiemen, later 5 centiemen, dat was voor de grote gezinnen, die niet voor elk lid van het gezin een stoel konden huren, dan ging het stoelenvrouwtje in elke mis voor de 2 en 5 centiemen.

Ook werd er nog rond gegaan met de schaal. In de hoogmis om 10 uur ´s zondags met twee schalen.

Op de eerste stond “kerk”, op de tweede “armen”(commissie van openbare onderstand)

Thuis heb ik op ´t laatst van ´t jaar een fluwijn (kussensloop) zien staan vol met allemaal 2 en 5 centiemen, om dan naar de schatbewaarder te brengen. Van HEES van den armen.(c.o.o.)

20190101 114654

II Kerkelijk Jaar

Het kerkelijk jaar begint met de Advent voor Kerstmis met zijn twee kwartertemperdagen (? vaste dagen)

Met Kerstmis mocht de priester ook drie missen opdragen: een nachtmis, een dageraadsmis en een dagmis.

Er werden dan al veel Kerstliedjes gezongen door de kinderen, die werden aangeleerd door Ida Vloemans, Ida Heyns, Elisa Brosens, Nelly Segers.

Met Nieuwjaar werd er ook een mis opgedragen om het jaar goed in te zetten, iedereen meende daar heen te moeten gaan.

Pastoor Cornellissen ging met Nieuwjaar de kerk sluiten na de mis, maar hij vond achter in de kerk nog iemand die lag te slapen, ene die Oud naar Nieuwjaar was gaan vieren. De pastoor zei: “Louis de mis is uit” …. “ Doe ze dan nog maar eens vol.”   zei Louis...

20190101 114857

Na de hoogmis van de eerste zondag van de maand was het processie in de kerk voor Onze Lieve Vrouw.

Vier oude jonge dochters zouden Onze Lieve Vrouw door de kerk dragen:

  • Louisa Verheyen (Lewis van de Mulder)
  • Elisa Verheyen (Lies van Franske uit ´t Laar)
  • Trees Kolen van de Hegge.
  • Louisa Brosens (Wiske van den Broos van het H.Hart) 

…. maar eentje kwam in onenigheid met pastoor Bouwen in 1945 over iemand zijn levenswijze tijdens de oorlog. Ze dachten waarschijnlijk, we zullen de pastoor een een pee steken, we geven ons ontslag.

De pastoor was blij dat ie daar vanaf was…. en die sprong direct op zijne fiets om vier nieuwe jonge meisjes te zoeken:

  • Jeanne Willemse (van Jef van boerke van de Leemputten)
  • Jeanne Van Loon (van Jan van Trien Dillen van den Brein)
  • Louisa Huysmans (van de witte Huysman van ´t Moleneinde)
  • Maria Brosens (van Gustje Broos) van ´Moleneinde)

Toen was er veel beweging en iedereen had dit wel willen doen, maar deze vier hebben het gedaan tot dat ze getrouwd zijn. In 1948 hebben ze met Onze Lieve Vrouw van Weelde tijdens het Mariajaar in Turnhout in de processie gegaan.

20190101 114720

Kerkelijke Feestdagen doorheen het jaar.

Driekoningen, ook een heilige dag. We moesten niet werken en de kinderen gingen zingen.

Lichtmis op 2 Februari is ook een heilige dag en dan kwamen de moeders naar de kerk met kinderen, die in het afgelopen jaar geboren waren om ze toe te vertrouwen aan O.L.Vrouw.

De Vasten begon op Aswoensdag en iedereen ging een kruisje halen, diegene die het kruisje met Pasen nog op zijn voorhoofd had kreeg van de pastoor en nieuw pak en de vrouwen een nieuw kleed, maar ik heb nooit gehoord dat de pastoor er eentje heeft moeten geven.

In de vastentijd was het vast prik dat men op  Woensdagen en Vrijdag vastte.

Met Palmzondag werd het lang evangelie gezongen of gelezen door drie personen: Een verteller, publiek en de pastoor als Jezus.

Er werd dan ook palm (nu beter gekend als buxus) gewijd, die men mee naar huis nam om achter het kruisbeeld in de woonkamer te steken.

De boeren gingen met Palmzondag naar het veld om een palmstok bij het koren te zetten om zo Gods zegen af te smeken over de vruchten van het veld.

.... Dan kwam de goede week.missaal

Op Witte Donderdag gingen we om 7 uur naar de mis en tijdens het Gloria, zong het koor uit volle borst en de orgel trok al zijn registers open. De klokken luidde volop en vertrokken naar Rome.

Na het Gloria werd het “loofstil” en in de kerk hoorde je alleen het geratel van de misdienaar met zijn ratel onder de consecratie.

Met Goede Vrijdag moesten we na het middageten om drie uur naar de kruisweg.

Echter, op een zekere Goede Vrijdag waren we het koren aan ´t sproeien, daar de koster Karel Jansens pas een sproeivat van 250 liter verhuurde, dat was een geweldige verbetering, eerst wieden, later met de rugsproeier, dat was “werkendag”, dat vat op de kar en iemand daarbij als de pomper, de andere met de lans om de gewassen te sproeien met DDT. Later werd DDT verboden omdat het zo'n gevaarlijk vergif bleek te zijn ... Ik met mijn oudste zuster, wij moesten ermee stoppen om naar de kruisweg te gaan, en later was het geen weder om nog te sproeien. Tijdens de oogst hebben we nog dikwijls aan die Goede Vrijdag gedacht.

Op Paaszaterdag kwamen de klokken terug uit Rome, werd er weer gezongen en op de orgel gespeeld. De priester en zangers kwamen van achter in de kerk naar voren, terwijl de priester driemaal knielden en er in het Latijn gezongen werd.

Zaterdag was ook de dag om te biechten te gaan. Om dan met Pasen uwen Pasen te houden. Gewoonlijk was er dan een bruine pater van Turnhout, of een professor van het Klein Seminarie in Hoogstraten.

Pastoor Jacobs had ook een hele dag biecht gehoord en had enkele tussenpozen om iets te drinken, want dat was zwaar werk. Nu was de dag bijna rond en de pastoor was aan zijn laatste rustpauze bezig toen hij door het raam Teer de stroper met een flinke haas over het kerkhof zag gaan, hij legde zijne haas achter een grafzerk, maar moest nog te biechten gaan anders kon hij zijne Pasen ‘s anderendaags niet houden. 
De pastoor zat terug in den biechtstoel en den Teer was de laatste. De pastoor gaf hem een zwaar penitentie. Akte van Geloof, Hoop en Liefde en Berouw, plus nog drie “Vanderonze” en drie Weesgegroetjes. 
De pastoor rap uit zijne biechtstoel en naar het kerkhof dien haas gaan halen. Twee maanden later kwam den Teer bij de pastoor, want hij wou gaan trouwen. Hij belde aan en de huishoudster kwam open doen. Het is voor een ondertrouw zei Teer. 
De huishoudster liet hem in het wachtlokaal, de eerste deur links. Ook wel eens het “zweethokje” genoemd door de trouwers. De pastoor nam den Teer mee naar zijne bureau. Ja Mijnheer Pastoor ik ga trouwen. Allez zei de pastoor. Proficiat, dan zal ik alle formulieren maar invullen. En, met wie gaat ge trouwen? Awel Mijnheer Pastoor dat ga ik niet zeggen, want anders gaat ge er ook mee lopen, zoals met mijne haas.

Tweede Paasdag was ook een Heilige dag.

Op maandag na de derde zondag na Pasen was het de kleine kruisdag, rond het H.Hartplein, door de Dreef en terug naar de kerk. De grote kruisdagen waren in de week na de vijfde zondag na Pasen. Maandag, Dinsdag en Woensdag voor Ons Heer Hemelvaart.

De eerste dag gingen ze langs de Dreef, nu Hof ten Bergestraat, maar dat was toen nog een karspoor, waar de boeren met hun paard en kar met houten wielen naar hun velden reden. Zeer slechte weg.

In die tijd was er een zware eiken boom omver gedaan en een vrachtvervoerder kwam die ophalen met zijn tweespan en een “oets” (bomentransport). De twee paarden, een oud en jong paard, waren echter niet op elkaar afgesteld. De voorman had er veel moeite mee om de boom te vervoeren en hij had reeds alle hemelsmachten aanroepen. Helaas, Pastoor Jacobs, die rustig zijn brevier aan ´t lezen was in zijne hof hoorde de vervoerder bezig en ging er heel rustig naartoe.
Wel, beste man, als je zo te werk blijft gaan zul je nooit in de hemel komen. 
Potverdomme Pastoor, ik moet niet in den hemel zijn, ik moet naar de Weelde-Statie.

Enkele weken later moesten daar de kruisdagen doorgaan, dat was nu letterlijk en figuurlijk door de velden gaan.

Dinsdag was het langs de Kerkstraat, nu de Torenstraat, de Singel, Den Dijk, nu de Koning Albertstraat langs het H.Hart door de Dreef terug naar de kerk, naast de Gendarmerie, die daar stond, een boerderij, ze staat er nu nog. Jos en Modest Mertens zijn de laatste die daar gewoond hebben.

Tijdens die kruisdagen woonde daar Keske Grammens en die reed met een os. Nu kwam daar de kruisdag voorbij en de zangers, die zongen de litanie van alle heiligen in het Latijn. Keske Grammens, die was juist zijne os aan´t inspannen en de zangers zongen op dat moment “Te rogamus audi nos” en Keske Grammens , die dacht dat ze riepen “Grammens houd uwe os” en Keske riep direct “kom maar af”.

De derde kruisdag ging langs de Dreef, den Dijk (Koning Albertstraat), tot aan de kapel van de Heilige Familie(Lis Knip) en langs dezelfde weg terug.

Er is altijd een kruisdag overgebleven. Dat hebben de K.V.L.V en de Landelijke Gilde in ere gehouden, altijd de maandag op een boerderij. Eerst bij Louis Schellekens in ´t Moleneinde, dan bij Kees Moonen, Turnhoutseweg / Frans Mertens, Geeneinde / Gust Thielemans, Schoolstraat.

Nu al enkele jaren bij Jaak en …. Brosens – van Gils in het Moleneinde en altijd nog goed voor een klein honderd man.

20190101 115637

Ons Heer Hemelvaart was dan weer een grote feestdag. De jeugd reed dan vroeger talrijk naar Scherpenheuvel.

Tweede Sinksendag (Pinksteren) was ook een heilige dag en dan mocht er ook niet gewerkt worden.

Tien dagen later was het Sacramentsdag, ook een heilige dag, dan waren er jongeren die naar de H. Bloedprocessie in Hoogstraten reden. Tegenwoordig zet Okra deze traditie verder.

Acht dagen later het feest van het H. Hart. Vrijdag daags daarvoor was er in de Kerk een H. Mis en daarna ging iedereen bloemen neerleggen aan het H. Hartplein.

Twee maanden na de kruisdagen ging pastoor Jacobs bij een aantal boeren ´s zondags na het lof op bezoek om zo de stand van zaken en de gewassen op het veld te bekijken.

Zo kwam hij bij Jef een kommeke koffie en dan rustig de “danstee” in om de vruchten de bewonderen. 
Aan het eerste veld aangekomen was roggekoren, dat de boer ook gepalmd had. Flink gewas zei de pastoor, maar zei de boer daar heb ik voor moeten werken, eerst goed wax guano(meststoffen) opgestrooid, dan helemaal moeten wieden.
Ja maar zei de pastoor, daar zal Onze Lieve Heer ook wel aan geholpen hebben. Dat zal dan wel zo zijn, zei de boer.
Ze kwamen bij zijn patatten(aardappelen). Verdorie, zei de pastoor, die hebben het ook goed gedaan.... dat wal wel , zei de boer, goed mest opgedaan, dan goed proper gezet en flink aangeaard met nog een beetje meststof. Ook nieuw plantgoed gekocht. De pastoor antwoordde ...Maar Onze Lieve Heer zal hier ook wel zijn werk gedaan hebben. Ja zei Jef gedwee.
Toen kwamen ze bij zijn bieten. Jef hoe hebt ge dat gedaan? Weer een goeie bemesting, nieuw zaaigoed, dikwijls geschoffeld, gehakt en mooi opgezet, ge moogt het uitleggen gelijk ge wilt, zei de pastoor, maar Onze Lieve Heer heeft toch weer goed geholpen.
Toen kwamen we aan het einde van zijn percelen, en daar had Jef enkele vierkante meters braak laten liggen, maar Jef wat hebt ge hier aan ´t doen geweest? Awel mijnheer pastoor hier heb ik Onze Lieve Heer alleen laten boeren.

20190101 114947

Op 2 September was het “Gedurige aanbidding”. Dan stond het H. Sacrament den gansen dag uitgesteld en iedere parochiaan had met zijn Plechtige Communie een aanbiddingsuur gekregen en moest dat dan op die dag volbrengen. De kerk heel mooi versiert met bloemen en Gladiolen van de familie Ellie Huysman.

Als we ons Plechtige Communie deden, moesten we twee maanden van te voren naar de catechismus, alle dagen een half uur na de mis en kregen ze elke dag een deel vragen en antwoorden van de Mechelse catechismus en die moesten wij helemaal van buiten kennen op het einde.

Er werd thuis ook veel gepraat over de kerkgang doen en ook dat leerde we tijdens de catechismus.

Het kwam erop neer dat, als een moeder een kindje had gekocht, zij zes weken naderhand haar kerkgang moest doen om terug in de maatschappij te komen.

Op een zekere dag was er een moeder in de kerk met haar buurvrouw. De pastoor kwam uit de sacristie met zijn Stola aan. De vrouwen zaten voor het altaar op hun knieën en de pastoor las voor in het Latijn, dan mocht die moeder aan de Stola vasthouden en gingen ze naar het altaar van Onze Lieve Vrouw, daar las de pastoor nog zat en dan hield hij zijne boek open en kon de moeder haar briefje geld insteken, de pastoor zijne boek ging toe. Hij ging naar zijn sacristie om zijne stola af te doen. Moeder en buurvrouw gingen samen naar huis koffie drinken. (ontbijten zegt men nu) suiker boterhammen waren dat toen.

De 29e September was het St. Michiel, patroon van de parochiekerk, ook een heilige dag.

De laatste zondag van Oktober was het feest van Christus Koning, dat was een dag van de jeugd. Aan het H. Hartplein verzamelen, naar de kerk gaan terwijl de strijdliederen gezongen werden. Onder de preek sprak de pastoor de jeugd en haalde hij(pastoor ……..) de laatste vrome daden van de jeugd naar voor. Ook werd nog de toekomstige feestdagen van Allerheiligen en Allerzielen naar voor gehaald. Als de preek gedaan was, dan was het precies of iedereen van de jeugd ging naar de hel.

In 1947 was het een droog jaar, alles op het veld was verdroogd, de boeren hebben toen nog hooi van Italië gekregen voor hun vee.

Maar toen de processie van den Heilige Nicolaus uitging brak er een hevig onweer los. Iedereen moest in de huizen schuilen. De Heilige Isidoor, patroonheilige van de boeren werd gedragen door de gebroeders Leeman Toon en Jan, Fransen Jef, die waren bij Mil Kin in de café gevlucht. Die zeiden tegen elkaar: de boer, wijzend op den Heilige die nog buiten stond “ die zal er wel deugd van hebben”.

150 001

In de jaren zestig werd het altaar geplaatst waar vroeger de kinderbankjes stonden. Het verhoog werd door de broeders van de paters van de Heilige Geest van Weelde-Statie gemaakt en bracht zo de priester met zijn gezicht in de kerk. Een hele verbetering, ook werd de Eucharistieviering helemaal in het Nederlands.

De tweede en de vierde zondag van acht uur de mannen en vrouwen van bond van het H. Hart, de ijveraars moesten dan dinsdag op de pastorij gaan om de kaarten af te halen, en dan rond te dragen om ´s zondags mee naar de mis van acht uur te brengen. Drie rijen stoelen van de mannen en drie rijen stoelen van de vrouwenkant werden dan in het midden geschoven om dan twee gangen te hebben. Een naast de preekstoel en een naast de kachel, die halfweg de kerk stond. Aan die kachel hebben veel mannen hun overjas verbrand toen ze te communie gingen.

100jarige1851 1951

Sjarel achteraan links op deze wagen ter gelegenheid van de viering van de 100- jarige in 1951.

Hier zit hij naast  Jos Jansens, de chauffeur van het vehikel is Karel "de koster" Jansens, de passagier is Jan Sommen.