• 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • 14
  • 15
  • 16
  • 17
  • 18
  • 19
  • 20
  • 21

superhuis1500

vrijdag 19 april 2019

© RAWEPO

opiniestuk groen2 

Maandagavond 1 april om half acht ’s avonds vertrek ik met mijn fiets richting gemeenteraad.
Het is een zachte avond en dus wil ik van de fietsrit gebruik maken om mijn tussenkomsten in gedachten nog eens te overlopen. Ik fiets en geniet van het uitzicht in mijn gemeente, een lichte glimlach om mijn lippen.

Ik fiets en steek mijn hand op naar enkele tegenliggers. Ik fiets en nader het ‘Bloemenprieeltje’… en opeens moet ik bruusk in de remmen. Ik kijk, ik slik, ik kijk nog eens en ik zucht. Ik ben het aan mezelf verplicht om hier en nu mijn taak als gemeenteraadslid voor Groen te evalueren; deed ik wel voldoende mijn best?

 Een open plaats met afgezaagde, opgestapelde bomen, enkele landmeterpaaltjes, en veel zand is het enige wat nog overblijft van een waardevol stukje open ruimte in mijn gemeente. Als gemeenteraadslid voor Groen nam ik het agendapunt, dat handelde over deze uitbreiding van een tuinbouwbedrijf van 4.5 ha naar 9 ha, voor mijn rekening. Els en ik stemden beiden tegen. Ik had tevens geprobeerd om onze tegenstem te staven door te wijzen op een ongunstig advies van de provinciale omgevingsvergunningscommissie die stelde dat dit bedrijf niet in de vooropgestelde concentratiegebieden voor glastuinbouw liggen. Meer nog, deze uitbreiding komt er in een overgangsgebied waar vooral middelgrote agrarische bedrijven gevestigd zijn. Daarnaast verwees ik in mijn tussenkomst naar de belofte van onze burgemeester dat de open ruimte in onze gemeente gevrijwaard zal blijven. En tot slot wees ik de meerderheid op hun plicht om ook als lokaal bestuur een steentje bij te dragen aan het bereiken van klimaatdoelstellingen, waarbij één van de krachtlijnen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen net het terugdringen van de druk op open ruimte is.

Tijdens de desbetreffende gemeenteraad werd ons als groenen verweten dat we geen rekening wilden houden met de lokale ondernemers. Dat er ook geld in de gemeentelijke kas moet komen en dat open ruimte daar niet voor zorgt. Ik zal eerlijk zijn; dergelijke argumenten maken dat je als verantwoordelijke politica je argumenten opnieuw overdenkt,  want ik wil net geen tegenstelling tussen economie en ecologie. Ik ben ervan overtuigd dat beide hand in hand kunnen gaan. Ook na het opnieuw afwegen stemden Els en ikzelf tegen, omdat het economisch argument voor ons bij deze uitbreiding niet opwoog tegenover de nadelen voor mens en natuur . 

Ondertussen sta ik daar nog steeds met mijn fiets in de hand, alles te overdenken en bijna wil ik rechtsomkeer maken. Bijna wil ik forfait geven voor de komende gemeenteraad, want als mijn inbreng zo miniem is dat ik zelfs deze ontbossing niet heb kunnen tegenhouden, heeft mijn stem in die gemeenteraad dan nog wel zin? Bijna… maar ik doe het niet, want ik ben een doorzetter. Ik ben een groene en ik ben er fier op dat mensen op ons vertrouwen om hun stem te verdedigen in onze gemeenteraad. Dus ik bekijk het plaatje nog één keer, stap op mijn fiets en trap me met hernieuwde vastberadenheid een weg naar de gemeenteraad. Ze zijn nog niet van me af!

KIM BUYST

Regiovoorzitter Groen Kempen
Kandidaat Federaal Parlement provincie Antwerpen

mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

m 0497/457802

 opiniestuk groen1